Inhoud

Preventie van Rhesusziekte

Hoe voorkom ik dat mijn kind de rhesusziekte krijgt?

Zwangerschap en de rhesusfactor

Alle zwangere vrouwen in Nederland krijgen een bloedonderzoek. In week 12 van de zwangerschap wordt het bloed onderzocht. De arts stelt vast of de rhesusfactor bij u aanwezig is. Bent u rhesus-negatief dan wordt in week 27 opnieuw bloedonderzoek verricht. Uw bloed wordt ondermeer onderzocht op de aanwezigheid van afweerstoffen tegen de rhesusfactor. Als deze antistoffen in uw bloed worden gevonden, zal de ontwikkeling en conditie van uw kind nauwlettend worden gevolgd. Ook is het mogelijk om in uw bloed de bloedgroep van uw kind te bepalen. Mocht uw kind rhesus-positief zijn, dat krijgt u in week 30 en na de bevalling de rhesusprik.

Hoe wordt de rhesusziekte voorkomen?

Om rhesusziekte te voorkomen krijgen rhesus-negatieve vrouwen tijdens de zwangerschap (in week 30) en na de geboorte van een rhesus positief kind, de zogenaamde rhesusprik. De met deze prik toegediende afweerstoffen zullen de bij de moeder binnengedrongen rhesus positieve rode bloedcellen, afkomstig van de baby, snel opruimen. Op deze manier vormt de moeder zelf geen blijvende afweerstoffen en wordt de rhesusziekte voorkomen.

Situaties:

Rhesus-positieve moeder geen behandeling nodig
Rhesus-negatieve moeders met rhesus negatief kind geen behandeling nodig
Rhesus-negatieve moeders met rhesus positief kind behandeling met rhesusprik


De rhesusprik wordt toegediend aan moeder in week 30 en na de bevalling. Ook wordt de rhesusprik toegediend aan moeder bij een miskraam of andere complicaties.